Problematiek atherogene verzadigde vetzuren en palmolie

De Hoge Gezondheidsraad heeft een advies uitgebracht over de problematiek van atherogene verzadigde vetzuren en palmolie.

Een overmatige consumptie van bepaalde verzadigde vetzuren kan nadelige gezondheidseffecten hebben, waaronder het verhogen van het risico op hart- en vaatziekten. Het wordt aanbevolen om het verbruik van deze zogenaamde “atherogene” verzadigde vetzuren (ath-VVZ) te beperken.

In tegenstelling tot de meeste plantaardige oliën (olijf-, arachide-, mais-, zonnebloem-, soja-, koolzaad-, walnoot-, sesamolie, enz.) die rijk zijn aan onverzadigde vetzuren, heeft palmolie een hoog gehalte aan verzadigde vetzuren (VVZ), en vooral aan palmitinezuur. Andere tropische oliën, zoals palmpittenolie (olie gewonnen uit de pitten van de oliepalmvruchten) en kopraolie (olie gewonnen uit het vruchtvlees van kokosnoten) vertonen een nog hoger gehalte aan verzadigde vetzuren (vooral laurinezuur en myristinezuur) dan palmolie, maar het verbruik ervan is duidelijk lager.

Palmolie bevat meer dan 40% van deze atherogene vetzuren en wordt in veel voedingsmiddelen en bereidingen gebruikt. Het is daarom aangewezen om het verbruik van producten die veel palmolie bevatten te beperken. In dalende volgorde: gebak en taart, kant-en-klare gerechten, koffiekoeken, pizza’s, quiches en gezouten gebakjes, sandwiches, zoete koeken en repen, bepaalde smeerpasta’s, margarines enz.

Het verbruik van bepaalde melkvetten zoals boter en slagroom dient ook beperkt te worden omwille van de aanwezigheid van hoge gehalten aan atherogene verzadigde vetzuren.

Oliën die arm zijn aan atherogene verzadigde vetzuren en rijk aan onverzadigde vetzuren zijn: olijf-, arachide-, mais-, zonnebloem-, soja-, koolzaad-, walnoot-, sesamolie, enz…

Het is niet verplicht om het type oliën die aanwezig zijn in de voedingsmiddelen te vermelden. Palmolie wordt vaak op het etiket aangeduid als “plantaardige olie”. Een wijziging van de Europese wetgeving zal echter vanaf december 2014 het weergeven van de oliebron verplichten.

Daarom bekijk je best ook eens de verpakking van een voedingsmiddel op de aanwezigheid van verzadigde vetzuren, kies bij voorkeur voor producten die maximum 1/3 verzadigde vetzuren bevatten ten opzichte van het totaal vetgehalte vb. 9g totaal vet/100g –> maximum 3g verzadigde vetzuren/100g.

bron:
www.vbvd.org
Hoge Gezondheidsraad België, 2013

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.